Wouter Capitain wint de Jan Pieter Heijeprijs 2025
Voor de Jan Pieter Heijeprijs 2025 heeft de jury vier ingezonden proefschriften beoordeeld. De proefschriften behandelen een breed scala aan onderwerpen: de gitaarcultuur in Nederland tussen 1750 en 1810, de functie van muziek bij het verwerken van gezongen taal, de rol van muziek in de broederschap van de Jongleurs en Bourgeois in 13e-eeuws Arras en de geschriften over muziek van Edward Said.
Twee proefschriften staken er volgens de jury bovenuit. Daarom heeft de jury voorgesteld om dit jaar niet alleen een winnaar aan te wijzen, maar ook een eervolle vermelding toe te kennen.
Deze laatste is toegekend aan ‘Making Music and Community in Thirteenth-Century Arras: A Study of the Confraternity of Jongleurs and Bourgeois’ van Bri Dolce (Yale University).
Dit proefschrift krijgt een bijzondere eervolle vermelding omdat “het de historische en musicologische opvattingen over de Broederschap van Jongleurs en Bourgeois in Arras grondig vernieuwt. Gebaseerd op een prosopografische analyse van historische, literaire en muzikale bronnen – vaak ongepubliceerd of nooit in verband gebracht met Arras – deconstrueert Dolce de mythe dat de broederschap seculier was en de grondlegger van het trouvère repertoire. Het proefschrift draagt zo niet enkel op substantiële en nieuwe manier bij aan de muziekwetenschap en geschiedenis, maar ook aan historische studie van de stad, van literatuur, geschiedschrijving en in het bijzonder van de rol van vrouwen.”
Het proefschrift dat in alle opzichten het meest verraste door het uitzonderlijk hoge niveau van kritische analyse, de grote diepgang van het betoog, en de helderheid waarmee alles wordt beschreven en daarmee de winnaar wordt van de Jan Pieter Heijeprijs 2025 is: ‘Postcolonial Polyphony: Edward Said’s Work on Music’ van Wouter Capitain (Universiteit van Amsterdam).
De jury beoordeelde dit proefschrift als “een werkelijk uitmuntend werk. Het behandelt een belangrijke en invloedrijke denker: op basis van een omvangrijk corpus van ongepubliceerd archiefmateriaal (Edward W. Said Papers, Columbia University: concepten, manuscripten, correspondentie, opnames) en Saids gepubliceerde geschriften werpt dit proefschrift een nieuw licht op de theoretische aspecten van zijn denken, met een opmerkelijke diepgang en kritische analyse. Door Saids geschriften over muziek – die soms gemarginaliseerd worden – centraal te stellen in zijn kritische project, toont Wouter Capitain aan dat ze een bijzonder vruchtbare voedingsbodem vormen voor het doordenken van de relaties tussen esthetiek, politiek, en postkoloniale theorie, en voor het aantonen hoe deze domeinen op elkaar inwerken en elkaar beïnvloeden. Muziek, opgevat als een veelstemmig en dynamisch proces, wordt hier, samen met de daarmee samenhangende concepten, behandeld als een alternatief en complementair referentiekader voor de traditionele academische proza. Zo worden centrale concepten als contrapunt en heterofonie gemobiliseerd. Het is een belangrijke bijdrage, niet alleen voor de musicologie, maar minstens evenzeer voor de postkoloniale studies. Elke wetenschapper uit welke discipline dan ook die zich bezighoudt met het werk van Said, zal dit proefschrift als essentiële en verhelderende lectuur beschouwen.”
De jury van de Jan Pieter Heijeprijs 2025 bestond uit Prof. dr. David Burn (Katholieke Universiteit Leuven), Prof. dr. Emilie Corswarem (Université de Liège), en Prof. dr. Pauwke Berkers (Erasmus Universiteit Rotterdam). De prijsuitreiking zal plaatsvinden tijdens een KVNM-evenement in de lente. Verdere informatie hierover volgt nog.