Koninklijke Vereniging voor Nederlandse Muziekgeschiedenis

Verslag van de KVNM Studentenconferentie: “Bodies of/and Music”

De KVNM-studentenconferentie Bodies of/and Music bouwde voort op de studentensymposia die in 2019 van start gingen in samen werking met de Royal Musical Association, maar tijdens de pandemie onderbroken werden. De conferentie vond plaats in Utrecht op 3 en 4 april 2025 en bood een boeiend en toegankelijk platform voor musicologiestudenten uit binnen- en buitenland om hun onderzoekspraktijken, bevindingen en conclusies uit te wisselen. Tijdens de tweedaagse bijeenkomst verkenden de deelnemers de diverse raakvlakken tussen lichaam en muziek via uiteenlopende presentaties, workshops en discussies. In samenwerking met de Royal Musical Association werd de deelname van drie studenten die in het Verenigd Koninkrijk studeren financieel ondersteund.

 

Dag 1: 3 april

De conferentie ging van start met workshops zoals How to Chair en Finding Funding, waarin praktische vaardigheden en inzichten in de academische loopbaan werden aangeboden. De ochtendsessies die volgden, richtten zich op de fysieke en performatieve aspecten van muziek. In Singing Bodies kwamen de fysieke eisen van de composities van Domenico Guaccero aan bod, naast impliciete zangregimes in het vroegmoderne Engeland. In Bodies at the Keyboard werden reflecties gedeeld over de relatie tussen klaviertechniek en lichamelijk bewustzijn – van Chopins études tot de samenwerking van een organist met een danser om de lichamelijkheid van muziek visueel te maken.

 

De middag begon met een boeiende workshop: ‘People Wrap Their Lunches in Them’: Duke Ellington and His Written Music Manuscripts, onder leiding van Walter van de Leur. Hierin werd Ellingtons notatiepraktijk geanalyseerd, waarbij de interpretatieve ruimte tussen partituur en uitvoering werd belicht. Vervolgens werd de Hélène Noltheniusprijs uitgereikt aan Juan Carlos Méndez Álvarez voor zijn scriptie Hauntologies of Music in Latin American Cinema, waarin hij onderzocht hoe filmmuziek herinnering en geschiedenis oproept. De dag werd afgesloten met een receptie waar studenten in gesprek gingen met onderzoekers van onder meer de Universiteit Utrecht, de Katholieke Universiteit Leuven, de University of Huddersfield en andere KVNM-leden.

 

 

Dag 2: 4 april

De dag begon met een verkenning van hoe de Alexandertechniek onderzoek naar historische viooltechnieken kan ondersteunen en spanning kan verminderen bij het spel om zo een natuurlijker geluid te bevorderen. In de sessie Ritual and Religion werden raciale representaties in 18e-eeuwse Portugese religieuze rituelen diepgaand onderzocht. Hedendaagse geluiden kwamen naar voren in Pop Music and Identity, waar presentaties lieten zien hoe populaire muziek identiteit vormt en weerspiegelt via klank, performance en culturele toe-eigening. Tegelijkertijd bracht de sessie Women’s Bodies in Musical Labour globale perspectieven bijeen, met aandacht voor gendergebonden training in Chinese zheng-performance en voor de emotionele arbeid in wiegeliederen van over de hele wereld.

 

De middagsessie Early Modern Song richtte zich op repertoires zoals Jezuïetische madrigalen, Nederlandse wiegeliedjes en liedboeken voor jonge vrouwen, die inzicht gaven in leven, moraal en genderverhoudingen. In Performance and the ‘Dancing’ Body werd steelpanperformance geanalyseerd als muzikale en visuele ervaring; klassiek ballet werd voorgesteld als fenomenologisch analysetool voor muziek vanwege de gestructureerde bewegingen; en Martha Graham’s methode werd aangehaald als inspiratiebron voor compositie. De sessie Music and the Dis-eased Body omvatte een analyse van de impact van Geysens voortschrijdende dementie op zijn microcomposities, evenals een verkenning van de rol van de grammofoon in het herdefiniëren van muziekconsumptie tijdens en na de Spaanse grieppandemie. Tot slot belichtte Integrating Tradition Today pogingen om Nederlandse volksmuziek nieuw leven in te blazen en participatieve performancepraktijken in diverse culturen te onderzoeken.

 

Met deelnemers van over de hele wereld en steun van meerdere instellingen wist Bodies of/and Music bij te dragen aan een interdisciplinaire, inclusieve en maatschappelijk betrokken musicologie.

Terug